Citaat | Hoge Raad 26 september 2014

Onder 3.4.2 Hoge Raad 26 september 2014

Een alinea uit Hoge Raad 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2813.

Blijkens art. 1.2, aanhef en onder n, van de in deze zaak toepasselijke derde versie (2013) van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven, Stcrt. 2012, 26605 (hierna: LPR), is het roljournaal “een voor advocaten door middel van het internet toegankelijke weergave van het op de rol verhandelde”. Gelet op deze functie van het roljournaal mocht de advocaat van [eiseres] ervan uitgaan dat de op 3 april 2013 daarin opgenomen vermelding dat de zaak was aangehouden tot de rol van 7 mei 2013 voor het nemen van de memorie van grieven, een (juiste) weergave bevatte van hetgeen op de rol van 2 april 2013 beslist was. Daaraan doet, anders dan het hof kennelijk oordeelde, niet af dat art. 1.12 LPR bepaalt dat het op de rol verhandelde “uiterlijk twee dagen daarna” op het roljournaal bekendgemaakt wordt. Als die bekendmaking zonder voorbehoud binnen deze termijn plaatsvindt, mag op de juistheid daarvan in beginsel worden vertrouwd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3da52d6b31e255663f9136db3ebaba3ddde7ae5193242184b991031b0e6f98fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3da52d6b31e255663f9136db3ebaba3ddde7ae5193242184b991031b0e6f98fd, en de alinea staat in dat document op bytes 13639 tot 14632.