Citaat | Hoge Raad 26 september 2014
Onder 3.4.2 Hoge Raad 26 september 2014
Een alinea uit Hoge Raad 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2813.
Anders dan het hof heeft overwogen, lag het niet op de weg van de advocaat van [eiseres] om te controleren of de op 3 april 2013 in het roljournaal opgenomen vermelding juist was. Ook de omstandigheid dat aan [eiseres] voordien partijperemptoir en akte niet-dienen tegen de datum van 16 april 2013 was aangezegd, bracht dat in dit geval niet mee. Omdat de advocaat van [eiseres] op 26 maart 2013 om uitstel had verzocht en art. 1.9 LPR uitstel mogelijk maakt in geval van klemmende redenen of overmacht, mocht hij aan de vermelding in het op 3 april 2013 door hem geraadpleegde roljournaal dat de zaak was verwezen naar rol van 7 mei 2013 voor het nemen van de memorie van grieven, zoals door hem was verzocht, het vertrouwen ontlenen dat zijn verzoek door het hof was ingewilligd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3da52d6b31e255663f9136db3ebaba3ddde7ae5193242184b991031b0e6f98fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3da52d6b31e255663f9136db3ebaba3ddde7ae5193242184b991031b0e6f98fd, en de alinea staat in dat document op bytes 15129 tot 15923.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3da52d6b31e255663f9136db3ebaba3ddde7ae5193242184b991031b0e6f98fd | shasum -a 256