Citaat | Hoge Raad 14 februari 2014

Onder 6.2. Hoge Raad 14 februari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 14 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:282.

Gezien hetgeen hiervoor in onderdeel 4.3 is overwogen zijn de overeenkomsten tussen belanghebbende en de pashouders aan te merken als verzekeringen. Verder staan de stukken van het geding geen andere conclusie toe dan dat belanghebbende deze verzekeringsovereenkomsten in het kader van haar normale bedrijfsuitoefening en anders dan incidenteel sluit. Zij is daarom aan te merken als verzekeraar in de zin van artikel 25, lid 4, van de Wet BRV (zie HR 1 december 1993, nr. 28838, BNB 1994/42). Of zij verzekeraar is in de zin van de Wet op het financieel toezicht is in dit verband niet van belang.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/096106cae9290a27094d25b103ca5e774074d17cd2dc4715b6878d2976ebbfca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 096106cae9290a27094d25b103ca5e774074d17cd2dc4715b6878d2976ebbfca, en de alinea staat in dat document op bytes 14008 tot 14620.