Citaat | Hoge Raad 26 september 2014

Onder 5.8.1 Hoge Raad 26 september 2014

Een alinea uit Hoge Raad 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2837.

Onderdeel 5.2 mist feitelijke grondslag en kan daarom niet tot cassatie leiden. In zijn memorie van grieven nr. 2 en - blijkens het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in hoger beroep (p. 3) - mede bij pleidooi in appel, heeft (ook) Ecuador wel degelijk onderscheid gemaakt tussen de operationele fase van de door Chevron verrichte werkzaamheden, en de latere afwikkeling daarvan. Ecuador heeft bovendien geen belang bij het onderdeel omdat het hof in rov. 19 geen beoordeling van het geschil heeft gegeven. Waar het hof vervolgens, in rov. 22 en 23, bij de uitleg van de term investment in het BIT gebruik maakt van de door het onderdeel bedoelde termen, doet het dit in elk geval mede op de grond dat Chevron haar arbitrale vordering heeft toegelicht met behulp van deze onderscheidingen, en dat die onderscheidingen door het scheidsgerecht in zijn oordeel zijn betrokken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcec4ee7db8bbed78393b4c418f37d17684b4d82329928870c58a823f11db5e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcec4ee7db8bbed78393b4c418f37d17684b4d82329928870c58a823f11db5e6, en de alinea staat in dat document op bytes 51731 tot 52662.