Citaat | Hoge Raad 26 september 2014

Onder 3.3 Hoge Raad 26 september 2014

Een alinea uit Hoge Raad 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2837.

Bij de beantwoording van de vraag hoe investment in art. I BIT is gedefinieerd, is van belang dat de concessieovereenkomst in 1992 is beëindigd, en daarmee ook de oliewinningsactiviteiten die daarvan het onderwerp waren. Deze activiteiten – de operationele fase – moeten (in ieder geval) worden gekwalificeerd als investment in de zin van het BIT. Chevron stelt dat de term investment in het BIT en ook in de ‘BIT-praktijk’ ruim wordt opgevat en de gehele levenscyclus van een investering omvat, inclusief de afwikkelingsfase. Volgens Chevron moeten daaronder mede worden begrepen de vorderingen die Chevron heeft ingesteld bij de Ecuadoriaanse gerechten, alsmede de activiteiten die zij heeft ondernomen om de in de operationele fase veroorzaakte milieuschade te herstellen. (rov. 18) Ecuador daarentegen betoogt dat de afwikkeling van een investering slechts onder het BIT valt, indien de investering ten tijde van de inwerkingtreding van het BIT nog in de operationele fase verkeerde, althans in een fase die bijdroeg aan de economie van het land waarin wordt geïnvesteerd (rov. 19). Het hof overwoog hieromtrent:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcec4ee7db8bbed78393b4c418f37d17684b4d82329928870c58a823f11db5e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcec4ee7db8bbed78393b4c418f37d17684b4d82329928870c58a823f11db5e6, en de alinea staat in dat document op bytes 19277 tot 20522.