Citaat | Hoge Raad 26 september 2014
Onder 4.3 Hoge Raad 26 september 2014
Een alinea uit Hoge Raad 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2837.
Het scheidsgerecht heeft zijn bevoegdheid gegrond op art. VI BIT, waarin een arbitragebeding is opgenomen. Het hof heeft dus terecht, en in cassatie onbestreden, de vraag of het scheidsgerecht ter zake bevoegd is, beantwoord aan de hand van uitleg van art. VI BIT. Eveneens terecht heeft het hof geoordeeld dat deze uitleg dient te geschieden volgens de regels die zijn neergelegd in de art. 31 en 32 WVV, dat wil zeggen - voor zover van belang voor de onderhavige zaak - overeenkomstig de betekenis die de bewoordingen van het BIT in het normale spraakgebruik hebben, met inachtneming van hun context, en in het licht van voorwerp en doel van het BIT (art. 31 lid 1 WVV). Voorts dient aan een term in het BIT een bijzondere betekenis te worden toegekend indien wordt vastgesteld dat dit de bedoeling van partijen is geweest (art. 31 lid 4 WVV). De zojuist bedoelde context omvat niet alleen de tekst, maar ook de preambule van, en de bijlagen bij het BIT (art. 31 lid 2 WVV).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcec4ee7db8bbed78393b4c418f37d17684b4d82329928870c58a823f11db5e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcec4ee7db8bbed78393b4c418f37d17684b4d82329928870c58a823f11db5e6, en de alinea staat in dat document op bytes 28403 tot 29393.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcec4ee7db8bbed78393b4c418f37d17684b4d82329928870c58a823f11db5e6 | shasum -a 256