Citaat | Hoge Raad 16 september 2014
Onder 3.2. Hoge Raad 16 september 2014
Een alinea uit Hoge Raad 16 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2839.
Gelet op het voorgaande acht het hof het niet aannemelijk dat de getuige [medeverdachte 2] binnen aanvaardbare termijn ter terechtzitting een verklaring zal afleggen. Het hof is van oordeel dat deze situatie gelijk moet worden gesteld met het bepaalde in artikel 288, eerste lid onder a Sv, zodat hernieuwde oproeping van de getuige [medeverdachte 2] nutteloos moet worden geacht en wijst het verzoek tot hernieuwde oproeping af. Bovendien valt redelijkerwijs aan te nemen dat door het afzien van de oproeping de verdachte niet in zijn verdediging wordt geschaad."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a567a79ec70aaceef6309aff55599c347bde9c1bd440026bf09b17dc24de832b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a567a79ec70aaceef6309aff55599c347bde9c1bd440026bf09b17dc24de832b, en de alinea staat in dat document op bytes 11285 tot 11862.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a567a79ec70aaceef6309aff55599c347bde9c1bd440026bf09b17dc24de832b | shasum -a 256