Citaat | Hoge Raad 14 februari 2014
Onder 3.6.4. Hoge Raad 14 februari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 14 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:284.
Naar moet worden aangenomen is de regeling op grond waarvan niet alleen de medewerkers van het ICTY en het ICTR maar ook hun inwonende gezinsleden zonder eigen arbeidsinkomsten in Nederland zijn vrijgesteld van de verplichting tot betaling van socialeverzekeringspremies, in de betrokken zetelovereenkomsten opgenomen met het oog op de onafhankelijkheid van de betrokken medewerkers ten opzichte van de autoriteiten van het gastland in het belang van de goede taakuitoefening door het tribunaal. Van een dergelijke regeling op het gebied van de heffing van premies kan niet worden gezegd dat deze van redelijke grond is ontbloot. Als consequentie van een vrijstelling van premieheffing is in de onderhavige zetelovereenkomsten aanvaard dat de medewerkers en de betrokken gezinsleden tevens zijn uitgezonderd van de verplichte verzekering en daarmee van het recht op uitkeringen op grond van de Nederlandse sociale verzekeringen. Met deze koppeling wordt vermeden dat rechten op uitkeringen worden opgebouwd zonder mogelijkheid voor de Nederlandse overheid om daartegenover een financiële bijdrage van de betrokkene te verkrijgen in de vorm van premiebetaling. Ook van deze koppeling kan niet worden gezegd dat zij van redelijke grond is ontbloot.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b91c1661a4c4df43fdd763f1adad09c27a68ad59adb71f85b2d9e20da7c6d4bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b91c1661a4c4df43fdd763f1adad09c27a68ad59adb71f85b2d9e20da7c6d4bb, en de alinea staat in dat document op bytes 17761 tot 19021.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b91c1661a4c4df43fdd763f1adad09c27a68ad59adb71f85b2d9e20da7c6d4bb | shasum -a 256