Citaat | Hoge Raad 30 september 2014

Onder 2.4. Hoge Raad 30 september 2014

Een alinea uit Hoge Raad 30 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2842.

Uit de door het Hof vastgestelde feiten en omstandigheden, zoals hiervoor onder 2.2.2 weergegeven, kan niet zonder meer volgen dat de verdachte zich voordat hij en zijn medeverdachten zich de toegang tot de woning hadden verschaft, op enig moment heeft voorgenomen het slachtoffer van het leven te beroven. Uit die feiten en omstandigheden volgt immers dat de medeverdachte [medeverdachte 5] aan de verdachte en de overige medeverdachten de opdracht gaf om het slachtoffer een "lesje te leren", maar dat zij niet wilde dat "het slachtoffer zou worden doodgeschoten of dat hij pijn zou lijden". Aan de omstandigheid dat de verdachte, zoals het Hof overweegt in diens nadere bewijsoverweging, toen "voldoende tijd en gelegenheid [heeft] gehad om zich te kunnen beraden over de mogelijke betekenis en de gevolgen van zijn besluit", kan niet zonder meer de gevolgtrekking worden verbonden dat zijn besluit ook inhield het slachtoffer te doden. Nu de door het Hof in aanmerking genomen feiten en omstandigheden diens oordeel dat de verdachte het slachtoffer met voorbedachte raad van het leven heeft beroofd niet kunnen dragen, is de bewezenverklaring in zoverre ontoereikend gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8024e2fefc093cc84b90c660dee9042f2c321cf5991b054e594a3c91b638aa7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8024e2fefc093cc84b90c660dee9042f2c321cf5991b054e594a3c91b638aa7a, en de alinea staat in dat document op bytes 20663 tot 21859.