Citaat | Hoge Raad 11 februari 2014
Onder 2.2. Hoge Raad 11 februari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 11 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:286.
Het enkele feit dat in de onderhavige zaak moet worden vastgesteld dat andere aangehouden verdachten zijn vrijgelaten en niet verder vervolgd zijn, staat aan vervolging van de verdachte dan ook niet in de weg, gelet op de hiervoor aangehaalde ruime discretionaire bevoegdheid van het openbaar ministerie. Bovendien is voldoende aannemelijk geworden dat de officier van justitie, op basis van de waardering van de op dat moment aan haar bekende informatie, een bewuste keuze heeft gemaakt tegen welke van de aangehouden verdachten zij verdere vervolging zou instellen. Het hof heeft daarbij betrokken dat het ging om de aanhouding - onder bijzondere omstandigheden - van een groot aantal verdachten waarvan - voor zover op dat moment te overzien - vervolging in het algemeen belang in de rede lag, terwijl niet onmiddellijk voldoende duidelijk was wat de ernst van de verdenkingen tegen de verschillende verdachten was, noch hoe de persoonlijke omstandigheden moesten worden beoordeeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb71f76e5d55b69d52ec888b4c9337d3b70d71a349cc73583c5add9f4a49c35f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb71f76e5d55b69d52ec888b4c9337d3b70d71a349cc73583c5add9f4a49c35f, en de alinea staat in dat document op bytes 9323 tot 10321.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb71f76e5d55b69d52ec888b4c9337d3b70d71a349cc73583c5add9f4a49c35f | shasum -a 256