Citaat | Hoge Raad 11 februari 2014

Onder 4.2. Hoge Raad 11 februari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 11 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:287.

De eerste keer dat [aanvrager] mij vertelde dat hij een vrouw en twee kinderen had vermoord was bij mij thuis in de huiskamer. [aanvrager] ging met een vriend weg om wat te verkopen. Het was 's nachts al vrij laat en hij was al voor de tweede keer teruggekomen. Omdat [aanvrager] geen huissleutels bij zich had kwam ik uit bed en vertelde hem dat ik niet van plan was om de hele nacht voor portier te spelen, omdat ik ook nog een klein kind had dat driemaal per nacht een flesje wilde hebben. [aanvrager] kwam terug naar boven gerend en sloeg en schopte mij met schoenen met stalen neuzen tegen het hoofd. Ik denk dat mijn opmerking de aanleiding voor [aanvrager]' gedrag was. [aanvrager] was al halverwege de trap naar beneden en hij kwam teruggerend. Hij sloeg mij daarna de kamer in. Waarschijnlijk ben ik daarbij flauw gevallen. [aanvrager] gooide toen water over mij heen en ik kwam weer tot mijn positieven. Daarna gooide hij mij op de bank en vertelde mij dat hij al eens eerder "een wijf en twee koters had vermoord" en dat mij hetzelfde kon gebeuren. [aanvrager] heeft toen niet iets anders gezegd en/of ik heb toen niet iets anders verstaan. Hij heeft het daarna nog diverse malen herhaald. Er is toen niets anders gezegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0274ccb1686b72890280645dd6d5cdc028a6fe17580d23b878bda32bfbbb0a1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0274ccb1686b72890280645dd6d5cdc028a6fe17580d23b878bda32bfbbb0a1d, en de alinea staat in dat document op bytes 24849 tot 26095.