Citaat | Hoge Raad 3 oktober 2014
Onder 3.4.3 Hoge Raad 3 oktober 2014
Een alinea uit Hoge Raad 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2894.
De toepassing van de art. 140 en 339 Rv in een concreet geval mag niet tot gevolg hebben dat het recht op toegang tot de rechter in de kern wordt aangetast (vgl. voor de regeling van de verzettermijnen: HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2629). Daarom is overschrijding van de appeltermijn niet zonder meer fataal in een geval als het onderhavige, waarin de inleidende dagvaarding niet in persoon is betekend, en (zoals hier in cassatie uitgangspunt is, zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.23) het vonnis aan de bij verstek veroordeelde niet bekend is geworden voorafgaand aan het verstrijken van de appeltermijn. Niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding moet dan achterwege blijven indien de veroordeelde hoger beroep heeft ingesteld binnen een redelijke termijn. Die termijn bedraagt veertien dagen – of zoveel minder als overeenstemt met een kortere wettelijke beroepstermijn – en vangt aan op de dag volgend op die waarop het vonnis aan de veroordeelde in persoon is betekend dan wel deze anderszins met het vonnis bekend is geraakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdffcd4a1b31654b097955e342ecebef8455b017a78d4f6fb0a008da9eb4862c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdffcd4a1b31654b097955e342ecebef8455b017a78d4f6fb0a008da9eb4862c, en de alinea staat in dat document op bytes 12501 tot 13587.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fdffcd4a1b31654b097955e342ecebef8455b017a78d4f6fb0a008da9eb4862c | shasum -a 256