Citaat | Hoge Raad 3 oktober 2014
Onder 4.9.2. Hoge Raad 3 oktober 2014
Een alinea uit Hoge Raad 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2895.
Aannemend dat [eiser] op de bewuste dag na het werk mogelijk zelfs meer last had aan zijn rechtervoet dan voordat hij met zijn werk begon (zo verklaart hij ook), doet zich vervolgens de vraag voor of gezien de in de getuigenverklaringen geschetste omstandigheden (een gewone inloopmat, die er mogelijk nog niet lang lag) een condicio sine qua non-verband moet worden aanvaard tussen de gevolgen van het bedrijfsongeval op 10 mei 2006 en de struikelpartij over de betreffende mat. Er is naar het oordeel van het hof weinig fantasie voor nodig om aan te nemen dat een in zijn lopen enigszins gehinderde voetganger bij enige oneffenheid op zijn looppad eerder onderuit zal gaan dan iemand die kan beschikken over een gezond stel benen. In zoverre kan en mag worden aangenomen (zoals [eiser] ook zelf als getuige verklaard heeft) dat het letsel aan zijn rechtervoet en de daarmee gepaard gaande pijn door de belasting van het rijden op een heftruck in die ochtend minst genomen mede hebben bijgedragen tot zijn val/struikelpartij. Ook het hof begrijpt dat zekerheid op dit punt niet (meer) zal zijn te verkrijgen, maar neemt dit voor zijn verdere oordeel wel als uitgangspunt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c6a5cb6d17809c6cf9a643873fe98746d27d6d5f308082eafaa2e4dc474d0182. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c6a5cb6d17809c6cf9a643873fe98746d27d6d5f308082eafaa2e4dc474d0182, en de alinea staat in dat document op bytes 16433 tot 17618.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c6a5cb6d17809c6cf9a643873fe98746d27d6d5f308082eafaa2e4dc474d0182 | shasum -a 256