Citaat | Hoge Raad 3 oktober 2014
Onder 3.3.1 Hoge Raad 3 oktober 2014
Een alinea uit Hoge Raad 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2898.
Onderdeel 1 van het middel betoogt dat het hof heeft miskend dat aan een ontbindingsbeschikking als bedoeld in art. 7:685 BW niet slechts rechtskracht, althans rechtsgevolg toekomt indien de arbeidsovereenkomst op het in de beschikking bepaalde tijdstip van ontbinding nog bestaat (onderdeel 1a). Althans valt (zonder nadere motivering) niet in te zien dat en waarom de aan erflater toegewezen ontbindingsvergoeding onlosmakelijk zou zijn verbonden met de per 1 april 2010 uitgesproken ontbinding (onderdeel 1b). Indien het hof ervan zou zijn uitgegaan dat de veroordeling tot betaling van de vergoeding is uitgesproken onder de voorwaarde dat de arbeidsovereenkomst op het moment van de ontbinding nog zou bestaan, respectievelijk niet door een andere oorzaak zou zijn geëindigd, is ook dat oordeel rechtens onjuist, althans onbegrijpelijk, omdat niet gezegd kan worden dat een dergelijke voorwaarde “rechtens” in de situatie besloten lag en ook niet is overeengekomen (onderdeel 1c).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e07d85ba69fe38a3f62629628918f6b6df4a0d7cd6fcd5f454e669c2ec701c38. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e07d85ba69fe38a3f62629628918f6b6df4a0d7cd6fcd5f454e669c2ec701c38, en de alinea staat in dat document op bytes 12871 tot 13875.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e07d85ba69fe38a3f62629628918f6b6df4a0d7cd6fcd5f454e669c2ec701c38 | shasum -a 256