Citaat | Hoge Raad 3 oktober 2014
Onder 3.3.4 Hoge Raad 3 oktober 2014
Een alinea uit Hoge Raad 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2898.
Als het hof heeft bedoeld dat de ontbindingsbeschikking zo moet worden begrepen dat geen ontbindingsvergoeding behoeft te worden betaald indien de arbeidsovereenkomst voor 1 april 2010 door een andere oorzaak is geëindigd, geeft dat oordeel evenzeer blijk van een onjuiste rechtsopvatting. In dat geval heeft het hof miskend dat de eis van rechtszekerheid meebrengt dat een dergelijke uitleg alleen gerechtvaardigd is indien in de ontbindingsbeschikking is bepaald dat de daarin toegekende vergoeding slechts verschuldigd zal zijn indien de arbeidsovereenkomst op de datum met ingang waarvan wordt ontbonden nog bestaat, dan wel indien die beschikking in die zin moet worden begrepen omdat in de daaraan ten grondslag liggende beëindigingsovereenkomst een voorwaarde van die strekking is opgenomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e07d85ba69fe38a3f62629628918f6b6df4a0d7cd6fcd5f454e669c2ec701c38. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e07d85ba69fe38a3f62629628918f6b6df4a0d7cd6fcd5f454e669c2ec701c38, en de alinea staat in dat document op bytes 15314 tot 16128.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e07d85ba69fe38a3f62629628918f6b6df4a0d7cd6fcd5f454e669c2ec701c38 | shasum -a 256