Citaat | Hoge Raad 3 oktober 2014
Onder 3.6 Hoge Raad 3 oktober 2014
Een alinea uit Hoge Raad 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2900.
Het door het onderdeel gedane beroep op het arrest HR 15 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB5066, NJ 2008/450 (Rockwool) doet aan het voorgaande niet af. In rov. 3.4.4 van genoemd arrest is overwogen “dat de vraag naar de mate van inventiviteit niet mag worden beantwoord door achteraf, voorzien van de kennis van de geoctrooieerde werkwijze, te zoeken naar eerdere openbaarmakingen waartoe die werkwijze herleid kan worden, maar dat het bij deze beoordeling erom gaat of de gemiddelde vakman het door de geoctrooieerde werkwijze opgeloste probleem zou hebben onderkend en voor de oplossing ervan te rade zou zijn gegaan bij de door het hof bedoelde publicaties en alsdan ook deze werkwijze als voor de hand liggende oplossing uit de toenmalige stand van de techniek, met gebruikmaking van algemene vakkennis, (niet kon, maar) zou hebben afgeleid.” De zinsnede “dat het bij deze beoordeling erom gaat of de gemiddelde vakman het door de geoctrooieerde werkwijze opgeloste probleem zou hebben onderkend” behelst niet een noodzakelijk element voor de beoordeling van inventiviteit, maar is een uitwerking van de regel dat de rechter de geoctrooieerde werkwijze niet met kennis achteraf (‘hindsight’) mag beoordelen. In dat kader kan mede van belang zijn of het door de geoctrooieerde werkwijze opgeloste probleem door de gemiddelde vakman zou zijn onderkend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2575e40d1d7aa8a4f0c0c932740085efb411e8224945c058348b2f98dbbe31c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2575e40d1d7aa8a4f0c0c932740085efb411e8224945c058348b2f98dbbe31c, en de alinea staat in dat document op bytes 20717 tot 22096.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b2575e40d1d7aa8a4f0c0c932740085efb411e8224945c058348b2f98dbbe31c | shasum -a 256