Citaat | Hoge Raad 7 oktober 2014

Onder 2.3. Hoge Raad 7 oktober 2014

Een alinea uit Hoge Raad 7 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2913.

Wat betreft de stelling dat het handelen van de verdachte ten aanzien van de geldbedragen die hij op zijn bankrekening heeft gestort, niet gericht is geweest op het verbergen of verhullen van de criminele herkomst daarvan moet worden vooropgesteld dat op zichzelf noch de tekst noch de geschiedenis van de totstandkoming van de art. 420bis en 420quater Sr eraan in de weg staat dat iemand die een in die bepalingen omschreven gedraging verricht ten aanzien van een voorwerp dat afkomstig is uit enig door hemzelf begaan misdrijf, wordt veroordeeld wegens - kort gezegd - (schuld)witwassen. Dat geldt, naar uit de tekst van de wet volgt, ook voor het verwerven of voorhanden hebben van zo'n voorwerp.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/26a14c472c470f3c8a138245ca21f53181d7a9a94d607be707581d392255b620. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 26a14c472c470f3c8a138245ca21f53181d7a9a94d607be707581d392255b620, en de alinea staat in dat document op bytes 14743 tot 15455.