Citaat | Hoge Raad 7 oktober 2014

Onder 3.2.3. Hoge Raad 7 oktober 2014

Een alinea uit Hoge Raad 7 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2919.

Blijkens het proces-verbaal van relaas van 4 juli 2009 van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en het verhoor van deze verbalisanten ter terechtzitting in hoger beroep op 8 maart 2013, heeft verbalisant [verbalisant 2] op 30 juni 2009 een voor hem onbekende man, als bestuurder van een auto die zich niet kon identificeren, aangehouden. Bij de hierop volgende veiligheidsfouillering werden door verbalisant [verbalisant 2] potentiële steekwapens in de kleding van de verdachte aangetroffen. Gelet hierop en het feit dat de verdachte diende te worden vervoerd in een compacte politieauto en er bovendien gebleken was dat communicatie met de verdachte vanwege de taalbarrière lastig was, kon de verbalisant onvoldoende inschatten hoe de verdachte zich tijdens het vervoer zou gaan gedragen en kon en moest hij er redelijkerwijs mee rekening houden dat het vervoer van de verdachte mogelijk gevaar zou opleveren voor de inzittenden van de politieauto. Naar het oordeel van het hof heeft de verbalisant onder deze omstandigheden de beslissing om de verdachte ten behoeve van het vervoer te boeien in redelijkheid kunnen nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e91dc4ef796849e54908815f51366c0623243131d82f8a11eca1780f1833cacb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e91dc4ef796849e54908815f51366c0623243131d82f8a11eca1780f1833cacb, en de alinea staat in dat document op bytes 14170 tot 15320.