Citaat | Hoge Raad 7 oktober 2014

Onder 3.6. Hoge Raad 7 oktober 2014

Een alinea uit Hoge Raad 7 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2919.

Opmerking verdient het volgende. Bij het antwoord op de vraag of de ambtenaar werkzaam is in de rechtmatige uitoefening van de bediening heeft als uitgangspunt te gelden dat de politieambtenaar die uitvoeringshandelingen verricht in het kader van de aanhouding van een verdachte werkzaam is in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening als bedoeld in art. 180 Sr (vlg. HR 29 september 2009, ECLI:NL:HR:2009: BJ2808). Bij de beoordeling of zich omstandigheden voordoen die tot het oordeel leiden dat de uitoefening van de bediening niet rechtmatig is, kan de strafrechter de noodzaak en proportionaliteit van het desbetreffende overheidsoptreden betrekken. De enkele omstandigheid dat, zoals ter terechtzitting van het Hof is aangevoerd, de Nationale ombudsman - in naar in de toelichting op het middel wordt gesteld: "een vergelijkbare zaak" - in het kader van zijn aan hem in art. 9:27 Algemene wet bestuursrecht opgedragen taak te beoordelen, of "het bestuursorgaan zich al dan niet behoorlijk heeft gedragen", tot de conclusie is gekomen dat in die bewuste zaak het aanleggen van de handboeien niet behoorlijk was omdat "geen concrete feiten of omstandigheden zijn aangetoond die het aanleggen van de handboeien bij (...) op zich zouden kunnen rechtvaardigen", noopte het Hof niet zijn - andersoortige - oordeel betreffende de rechtmatigheid van dat gedrag nader te motiveren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e91dc4ef796849e54908815f51366c0623243131d82f8a11eca1780f1833cacb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e91dc4ef796849e54908815f51366c0623243131d82f8a11eca1780f1833cacb, en de alinea staat in dat document op bytes 20052 tot 21460.