Citaat | Hoge Raad 10 oktober 2014
Onder 3.5.1 Hoge Raad 10 oktober 2014
Een alinea uit Hoge Raad 10 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2932.
Onderdeel 2 komt in de eerste plaats op tegen de maatstaf die het hof heeft gehanteerd bij de beantwoording van de vraag of het bestuur van FSM heeft voldaan aan de boekhoudplicht van art. 2:10 BW. Het klaagt dat het hof ten onrechte, onder verwijzing naar HR 11 juni 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC0994, NJ 1993/713 (Brens q.q./Sarper), heeft geoordeeld dat aan die plicht is voldaan “indien de boekhouding van een zodanig niveau is dat men snel inzicht kan krijgen in de debiteuren- en crediteurenpositie op enig moment en deze posities en de stand van de liquiditeiten, gezien de aard en omvang van de onderneming, een redelijk inzicht geven in de vermogenspositie”. Volgens het onderdeel heeft het hof hiermee een te beperkte uitleg gegeven aan de wettelijke boekhoudplicht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97d79c2385b45671f76196177974015d20be813434aa7ad1b2a5c427842045af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97d79c2385b45671f76196177974015d20be813434aa7ad1b2a5c427842045af, en de alinea staat in dat document op bytes 13064 tot 13866.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/97d79c2385b45671f76196177974015d20be813434aa7ad1b2a5c427842045af | shasum -a 256