Citaat | Hoge Raad 10 oktober 2014

Onder 3.5.4 Hoge Raad 10 oktober 2014

Een alinea uit Hoge Raad 10 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2935.

In de derde plaats volgt uit de rechtspraak van de Hoge Raad dat het aflopen van de termijn van art. 349a Fw weliswaar van rechtswege tot gevolg heeft dat voor de toepassing van de tweede afdeling van titel III Fw – welke afdeling de gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling regelt – de schuldsanering eindigt, maar dat dit aflopen niet meebrengt dat de schuldsaneringsregeling ook overigens is geëindigd, aangezien beëindiging daarvan dient te geschieden met inachtneming van de art. 352-356 Fw (vgl. HR 9 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM2337, NJ 2012/226; HR 28 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO5760; HR 24 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0890, NJ 2012/636; HR 29 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1411, NJ 2013/305). Hiermee strookt om aan te nemen dat de beslissing tot verlenging van de termijn van de schuldsaneringsregeling kan worden genomen na het moment waarop de termijn van art. 349a lid 1 Fw afloopt, maar de schuldsaneringsregeling nog niet met inachtneming van de art. 352-356 Fw is beëindigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28e282deb15cc524660fedb3f33c68dc30ffdf0b1a654c33a079b18f57e75830. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28e282deb15cc524660fedb3f33c68dc30ffdf0b1a654c33a079b18f57e75830, en de alinea staat in dat document op bytes 15801 tot 16839.