Citaat | Hoge Raad 17 oktober 2014

Onder 2.6. Hoge Raad 17 oktober 2014

Een alinea uit Hoge Raad 17 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2981.

In gevallen als het onderhavige, waarin de belanghebbende in de loop van de procedure overlijdt en de procedure ten name van diens erfgenamen wordt voortgezet, brengen de hiervoor in 2.3 genoemde uitgangspunten en het arrest Scordino van het EHRM (EHRM 29 maart 2006, no 36813/97, Scordino tegen Italië, AB 2006/294) verder mee dat de in aanmerking te nemen termijn met betrekking tot de desbetreffende fase van de procedure ook ten aanzien van de erfgenamen moet worden geacht te zijn aangevangen op het moment waarop door de erflater tegen de beschikking van de inspecteur bezwaar is gemaakt, onderscheidenlijk (hoger) beroep dan wel beroep in cassatie is ingesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c141a1688530614c3681bbd7b31f62fec585e747139c6818be04094200b95bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c141a1688530614c3681bbd7b31f62fec585e747139c6818be04094200b95bc, en de alinea staat in dat document op bytes 9619 tot 10301.