Citaat | Hoge Raad 17 oktober 2014
Onder 3.7 Hoge Raad 17 oktober 2014
Een alinea uit Hoge Raad 17 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2998.
Onderdeel III klaagt dat de rechtbank in strijd heeft gehandeld met art. 8 Wet Bopz, in verbinding met art. 38 lid 1 en 45 lid 2 Sv, door ongemotiveerd voorbij te gaan aan de - in het proces-verbaal genoteerde - opmerking van betrokkene dat zij zelf een advocaat wilde regelen. Indien het verzoek van betrokkene geacht moet worden te zijn verworpen, heeft de rechtbank haar oordeel volgens de klacht ontoereikend gemotiveerd, omdat uit de opmerking van betrokkene onmiskenbaar blijkt dat zij een andere advocaat wenste.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea814c3e0bea5e20e6f34cd3448a9a0ac8c496d2bd35991568719c1a627f2534. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea814c3e0bea5e20e6f34cd3448a9a0ac8c496d2bd35991568719c1a627f2534, en de alinea staat in dat document op bytes 14927 tot 15459.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea814c3e0bea5e20e6f34cd3448a9a0ac8c496d2bd35991568719c1a627f2534 | shasum -a 256