Citaat | Hoge Raad 11 februari 2014
Onder 2.5. Hoge Raad 11 februari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 11 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:300.
Bij de beoordeling van het middel moet het volgende worden vooropgesteld. Ingevolge art. 288, eerste lid onder b, Sv kan de rechter van het verhoor van een niet verschenen getuige afzien indien het gegronde vermoeden bestaat dat de gezondheid of het welzijn van de getuige door het afleggen van een verklaring ter terechtzitting in gevaar wordt gebracht en het voorkomen van dit gevaar zwaarder weegt dan het belang om de getuige ter terechtzitting te kunnen ondervragen. Ook in een geval als het onderhavige, waarin het gaat om de vijf-jarige zoon van de verdachte en het slachtoffer, zal de rechter dus, indien hij daartoe de in genoemd artikellid vermelde gronden aanwezig acht, het belang van de getuige mogen doen prevaleren boven het recht van de verdachte om de getuige te (doen) ondervragen (vgl. HR 17 november 2009, ECLI:NL:HR:2010:BI3847, NJ 2010/191).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aeeab63ceb4f27cde161f15887d194fc347cdff76130e30d95670039a0de4cb1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aeeab63ceb4f27cde161f15887d194fc347cdff76130e30d95670039a0de4cb1, en de alinea staat in dat document op bytes 9076 tot 9952.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aeeab63ceb4f27cde161f15887d194fc347cdff76130e30d95670039a0de4cb1 | shasum -a 256