Citaat | Hoge Raad 17 oktober 2014
Onder 3.5.2 Hoge Raad 17 oktober 2014
Een alinea uit Hoge Raad 17 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3000.
Nadat het hof had geoordeeld dat aan [eiser] geen beroep toekwam op de CAO Metaalbewerking, is het niet ingegaan op de vraag of de vordering gedeeltelijk toewijsbaar was. Als het hof dit niet heeft gedaan omdat het van oordeel was dat art. 7:629 lid 1 BW daarvoor geen grondslag kon bieden, is het van een onjuiste rechtsopvatting uitgegaan. Het hof had immers reeds vastgesteld dat tussen partijen sprake was van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, en de arbeidsongeschiktheid van [eiser] wegens ziekte was niet in geschil. Als het hof op andere gronden van oordeel was dat voor gedeeltelijke toewijzing van de vordering onvoldoende grond bestond, is zijn oordeel in ieder geval onvoldoende gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8dc080b5b287914157a565a29515f97dbb82defa5a5087291d164921cb50961. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8dc080b5b287914157a565a29515f97dbb82defa5a5087291d164921cb50961, en de alinea staat in dat document op bytes 12242 tot 12969.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d8dc080b5b287914157a565a29515f97dbb82defa5a5087291d164921cb50961 | shasum -a 256