Citaat | Hoge Raad 28 oktober 2014

Onder 2.4. Hoge Raad 28 oktober 2014

Een alinea uit Hoge Raad 28 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3044.

Het oordeel van het Hof dat de geldbedragen die verdachte en zijn mededaders in het kader van het bedrijf van betaaldienstverlener zonder vergunning hebben verworven en/of voorhanden hebben gehad en/of hebben overgedragen "daarmee" van misdrijf afkomstig zijn, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Vermogensbestandsdelen kunnen immers in beginsel slechts worden aangemerkt als "afkomstig (...) uit enig misdrijf" in de zin van de art. 420bis en 420quarter Sr indien zij afkomstig zijn van een misdrijf gepleegd voorafgaand aan het verwerven en/of voorhanden hebben en/of het overdragen daarvan, terwijl de bewezenverklaring kennelijk niet ziet op de mogelijke opbrengst of verdiensten van het zonder vergunning in het kader van het bedrijf van betaaldienstverlener handelen met betrekking tot gelden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0cbfc841d08dad0459df241bf61fe53f8c7f860f4b087f6540d36a97bb41fa65. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0cbfc841d08dad0459df241bf61fe53f8c7f860f4b087f6540d36a97bb41fa65, en de alinea staat in dat document op bytes 10260 tot 11079.