Citaat | Hoge Raad 28 oktober 2014

Onder 2.2.2. Hoge Raad 28 oktober 2014

Een alinea uit Hoge Raad 28 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3052.

Ik woon samen met [betrokkene 1]. Wij hebben sinds 21 oktober 2004 een relatie en wonen sinds mei 2009 samen. Vanaf het moment dat we bij elkaar sliepen, na ongeveer drie maanden, weet ik dat er iets is gebeurd tussen [verdachte] en [betrokkene 1]. Als ik mij bijvoorbeeld in bed omdraaide en ik raakte haar aan of ik sloeg een arm om haar heen terwijl ze sliep reageerde ze vreemd. In een schrikreactie sloeg ze dan om zich heen. Hier heb ik wel eens blauwe plekken aan over gehouden. Ik heb haar op een gegeven moment gevraagd waarom ze zo heftig reageerde. [betrokkene 1] vertelde mij toen dat [verdachte] wel eens bij haar op bed lag. Hij ging dan wel eens op een masserende wijze naar plekken op haar lichaam toe waar hij niet aan mocht komen. Hij zat aan haar borsten en de binnenkant van haar benen ter hoogte van haar vagina. Verder vertelde ze dat hij vaak seksistische opmerkingen maakte."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea68c4d2a3bc1979a2f3afe40c265d7a3ee8907d2e84644d3588e7f56a6c1a38. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea68c4d2a3bc1979a2f3afe40c265d7a3ee8907d2e84644d3588e7f56a6c1a38, en de alinea staat in dat document op bytes 13252 tot 14164.