Citaat | Hoge Raad 28 oktober 2014

Onder 2.4. Hoge Raad 28 oktober 2014

Een alinea uit Hoge Raad 28 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3052.

Het oordeel van het Hof dat de door de aangeefster gereleveerde feiten en omstandigheden met betrekking tot de bewezenverklaarde ontuchtige handelingen voldoende steun vinden in ander gebezigd bewijsmateriaal, meer in het bijzonder in de hiervoor in 2.2.2 onder 3 weergegeven verklaring van [betrokkene 2], is zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk. Daarbij heeft de Hoge Raad in aanmerking genomen dat de verklaring van [betrokkene 2] wat betreft de rechtstreekse betrokkenheid van de verdachte bij het tenlastegelegde uitsluitend is gebaseerd op hetgeen de aangeefster hem heeft meegedeeld, en dat die verklaring wat betreft het gedrag van de aangeefster tijdens haar slaap niet zonder meer toereikend is voor het leggen van een verband tussen dat gedrag van de aangeefster en de aan de verdachte verweten ontucht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea68c4d2a3bc1979a2f3afe40c265d7a3ee8907d2e84644d3588e7f56a6c1a38. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea68c4d2a3bc1979a2f3afe40c265d7a3ee8907d2e84644d3588e7f56a6c1a38, en de alinea staat in dat document op bytes 16148 tot 16997.