Citaat | Hoge Raad 28 oktober 2014
Onder 2.2.2. Hoge Raad 28 oktober 2014
Een alinea uit Hoge Raad 28 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3055.
[verdachte] ging koffiezetten, als ik kom drinken we eerst koffie. Ik kreeg de koffie in een zwarte beker met witte letters. Op mijn beker stond "black". Ik heb 2 koppen gedronken. De koffie rook en smaakte naar mannenparfum. Toen ik de koffie op had, voelde ik mij duizelig. Volgens mij zei [verdachte] toen tegen mij dat ik maar even moest gaan liggen. Ik ben toen omstreeks 10:00 uur boven op bed in de kinderkamer gaan liggen. Vanaf dat moment weet ik niets meer tot het moment dat ik wakker werd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c4e7cf9c00b89a1f30003ee57dfe7b4006df4a211877a52de63cea1f9002a03c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c4e7cf9c00b89a1f30003ee57dfe7b4006df4a211877a52de63cea1f9002a03c, en de alinea staat in dat document op bytes 8518 tot 9046.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c4e7cf9c00b89a1f30003ee57dfe7b4006df4a211877a52de63cea1f9002a03c | shasum -a 256