Citaat | Hoge Raad 28 oktober 2014

Onder 2.2.3. Hoge Raad 28 oktober 2014

Een alinea uit Hoge Raad 28 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3055.

Uit de aangifte van [slachtoffer] blijkt dat zij, na het drinken van (twee kopjes) koffie bij de verdachte, onwel is geworden. Volgens aangeefster rook en smaakte de eerste kop koffie, welke zij in de ochtend van 27 september 2006, iets naar negenen, van de verdachte kreeg, naar mannenparfum. Zij voelde zich daarna duizelig. Zij is vervolgens, op voorstel van de verdachte, op bed gaan liggen, waar zij na ruim twee uur ontwaakte. Aangeefster herinnert zich niets meer vanaf het moment dat ze op bed ging liggen tot het moment dat ze ontwaakte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c4e7cf9c00b89a1f30003ee57dfe7b4006df4a211877a52de63cea1f9002a03c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c4e7cf9c00b89a1f30003ee57dfe7b4006df4a211877a52de63cea1f9002a03c, en de alinea staat in dat document op bytes 13333 tot 13893.