Citaat | Hoge Raad 11 februari 2014
Onder 2.2.2. Hoge Raad 11 februari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 11 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:306.
Ik ben een ernstig stotteraar. Ik stotter al sinds mijn vijfde levensjaar. Ongeveer een maand geleden, ik weet dat het ongeveer 17.00 uur was, kwam ik terug met mijn hond. Ik zag dat [verdachte] met zijn auto kwam aangereden. Ik stond op dat moment in de hal en zag dat er flatgenoten aan kwamen gelopen. Ik hoorde dat [verdachte] antwoordde: "bende weer aan het klagen tegen andere mensen". Dit zei hij stotterend. Het was wel duidelijk dat hij mij hiermee nadeed. Hij wilde toen mijn hond aanraken waarop ik zei dat ik dat liever niet had. Hij antwoordde hierop: "jouw wijf raakt mijn hond ook aan". Dit zei hij wederom stotterend om te imiteren. Elke keer als hij dat doet voel ik een pijn door mijn lijf gaan. Een pijn die mij aan vroeger doet herinneren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6da6e7cbc0c0d91d4a4441e76cc26e40a5442bd35d1893313832206da5b6fd75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6da6e7cbc0c0d91d4a4441e76cc26e40a5442bd35d1893313832206da5b6fd75, en de alinea staat in dat document op bytes 8160 tot 8932.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6da6e7cbc0c0d91d4a4441e76cc26e40a5442bd35d1893313832206da5b6fd75 | shasum -a 256