Citaat | Hoge Raad 11 februari 2014

Onder 2.2.3. Hoge Raad 11 februari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 11 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:306.

Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij [betrokkene 1] bewust stotterend heeft toegesproken, in de hoop dat hij dat niet leuk zou vinden en dat hij hem daarmee zou kwetsen waardoor [betrokkene 1] zou ophouden met het toespreken van verdachte over het geluid van verdachtes auto. Een uitlating die jegens iemand mondeling in zijn tegenwoordigheid is gedaan, moet als beledigend als bedoeld in artikel 266 van het Wetboek van Strafrecht worden beschouwd, indien zij de strekking heeft die ander aan te randen in zijn eer en goede naam. Daarvan is niet alleen sprake als de uitlating woorden bevat die op zichzelf genomen een beledigend karakter hebben maar ook, zoals in het onderhavige geval, indien op stotterende wijze wordt gesproken tegen een persoon die stottert. Daaraan doet niet af dat verdachte met deze daad uiting zou hebben gegeven aan zijn emotie, ontstaan als gevolg van het slepende conflict tussen verdachte en [betrokkene 1]. Gelet op de omstandigheden waaronder en de manier waarop verdachte deze [betrokkene 1] heeft toegesproken, blijkt dat verdachte onmiskenbaar de bedoeling had om, hoorbaar voor anderen, een negatieve kwalificatie van het gedrag en/of de persoon van [betrokkene 1] te geven en deze aldus te beledigen, en dat dit ook als zodanig is en redelijkerwijs kon worden opgevat door [betrokkene 1].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6da6e7cbc0c0d91d4a4441e76cc26e40a5442bd35d1893313832206da5b6fd75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6da6e7cbc0c0d91d4a4441e76cc26e40a5442bd35d1893313832206da5b6fd75, en de alinea staat in dat document op bytes 12861 tot 14232.