Citaat | Hoge Raad 31 oktober 2014
Onder 3.5.2 Hoge Raad 31 oktober 2014
Een alinea uit Hoge Raad 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3077.
De strekking van deze bepaling – het waarborgen van de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen – geeft, mede gelet op het karakter van dit recht als sociaal grondrecht, geen aanleiding het begrip ‘collectief optreden’ beperkt uit te leggen. Dit brengt mee dat een werknemersorganisatie in beginsel vrij is in de keuze van middelen om haar doel te bereiken. Of (nog) sprake is van een collectieve actie in de zin van deze bepaling, wordt aldus vooral bepaald door het antwoord op de vraag of de actie redelijkerwijs kan bijdragen tot de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. Indien die vraag bevestigend wordt beantwoord, valt de collectieve actie onder het bereik van art. 6, aanhef en onder 4, ESH. De uitoefening van het recht op collectief optreden kan dan slechts worden beperkt langs de weg van art. G ESH, overeenkomstig hetgeen op dat punt is aanvaard in de rechtspraak van de Hoge Raad (vgl. onder meer het hiervoor aangehaalde arrest van 30 mei 1986, alsmede HR 7 november 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC0030, NJ 1987/226 en HR 21 maart 1997, ECLI:NL:HR:1997:AG3098).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08cf4e628f14b45766e704e62cfb17613229b0d8bef4dd740cd1304113fdcfa9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08cf4e628f14b45766e704e62cfb17613229b0d8bef4dd740cd1304113fdcfa9, en de alinea staat in dat document op bytes 15181 tot 16330.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08cf4e628f14b45766e704e62cfb17613229b0d8bef4dd740cd1304113fdcfa9 | shasum -a 256