Citaat | Hoge Raad 31 oktober 2014
Onder 3.8.1 Hoge Raad 31 oktober 2014
Een alinea uit Hoge Raad 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3077.
Zoals het hof in rov. 4.12 terecht vooropstelt, dient een collectieve actie die valt onder de reikwijdte van art. 6, aanhef en onder 4, ESH, in beginsel te worden geduld als een rechtmatige uitoefening van het in deze verdragsbepaling erkende grondrecht. Niettemin kan de actie in verband met art. G ESH worden verboden of beperkt indien zij, gelet op de zorgvuldigheid die krachtens art. 6:162 BW in het maatschappelijk verkeer in acht moet worden genomen ten aanzien van een derde (in dit geval: Enerco), in zodanige mate inbreuk maakt op diens rechten dat beperkingen, maatschappelijk gezien, dringend noodzakelijk zijn. Of dit het geval is, is een vraag die moet worden beslist door – met inachtneming van alle omstandigheden van het geval – de met de uitoefening van het grondrecht gediende belangen af te wegen tegen die waarop inbreuk wordt gemaakt (vgl. HR 21 maart 1997, ECLI:NL:HR:1997:AG3098).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08cf4e628f14b45766e704e62cfb17613229b0d8bef4dd740cd1304113fdcfa9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08cf4e628f14b45766e704e62cfb17613229b0d8bef4dd740cd1304113fdcfa9, en de alinea staat in dat document op bytes 18174 tot 19095.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08cf4e628f14b45766e704e62cfb17613229b0d8bef4dd740cd1304113fdcfa9 | shasum -a 256