Citaat | Hoge Raad 31 oktober 2014

Onder 3.8.2 Hoge Raad 31 oktober 2014

Een alinea uit Hoge Raad 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3077.

Het hof heeft in rov. 4.12 geoordeeld dat zelfs indien de onderhavige collectieve actie zou vallen onder art. 6, aanhef en onder 4, ESH en derhalve zou moeten worden getoetst aan art. G ESH, de toetsing van de besmetverklaring negatief zou uitvallen voor FNV en HZC op grond van hetgeen het in de rov. 4.9-4.11 heeft overwogen. Laatstgenoemde overwegingen bouwen echter voort op de rov. 4.7 en 4.8, die op het (onjuiste) uitgangspunt berusten dat de besmetverklaring in beginsel onrechtmatig is. Een verwijzing naar de rov. 4.9-4.11 kan daarom niet dienen als basis voor het oordeel van het hof in rov. 4.12, dat immers veronderstellenderwijs ervan uitgaat dat de besmetverklaring juist in beginsel rechtmatig is omdat zij onder het bereik van art. 6 ESH valt. Meer in het bijzonder kan daarbij worden gewezen op het volgende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08cf4e628f14b45766e704e62cfb17613229b0d8bef4dd740cd1304113fdcfa9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08cf4e628f14b45766e704e62cfb17613229b0d8bef4dd740cd1304113fdcfa9, en de alinea staat in dat document op bytes 19186 tot 20025.