Citaat | Hoge Raad 31 oktober 2014

Onder 3.2.2 Hoge Raad 31 oktober 2014

Een alinea uit Hoge Raad 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3080.

Voor zover CZ Zorgkantoor betoogt dat het (niet aan Raad & Daad maar op een kwaliteitsrekening die Raad & Daad ten behoeve van de individuele PGB-houders aanhield en dus) aan individuele PGB-houders heeft betaald wordt dat betoog verworpen. Vast staat dat de inzake-rekeningen bij de ING op naam van Raad & Daad stonden. Raad & Daad was dus in relatie tot de bank tot het saldo op die rekeningen gerechtigd. In het onderhavige geval is geen plaats voor een uitzondering op art. 3:276 BW in de zin dat de betalingen verricht na het faillissement van Raad & Daad op de inzake-rekeningen ten name van Raad & Daad bij de bank buiten het faillissement van Raad & Daad zouden vallen. De betaalde bedragen waren immers in laatste instantie (niet voor derden maar) voor Raad & Daad bestemd, die uit die bedragen op grond van de door haar met de PGB-houders gesloten zorgovereenkomsten onder meer de aan laatstgenoemden verleende zorg betaalde. (rov. 4.7)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4579edddeaea6732aeb51ba3101846badaa98a8201e7e81a4af5d14eb46fdcb6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4579edddeaea6732aeb51ba3101846badaa98a8201e7e81a4af5d14eb46fdcb6, en de alinea staat in dat document op bytes 12331 tot 13322.