Citaat | Hoge Raad 31 oktober 2014

Onder 3.3.2 Hoge Raad 31 oktober 2014

Een alinea uit Hoge Raad 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3080.

Indien tijdens het faillissement onverschuldigd aan de boedel wordt betaald, leidt dit in beginsel tot een concurrente boedelvordering. Wanneer echter tussen de gefailleerde en degene die aan hem betaalde geen rechtsverhouding bestaat of heeft bestaan die aanleiding tot de betaling gaf, en de betaling slechts het gevolg is van een onmiskenbare vergissing, handelt de curator die wordt geconfronteerd met een zodanige onmiskenbare vergissing, in overeenstemming met hetgeen in het maatschappelijk verkeer als betamelijk wordt beschouwd indien hij meewerkt aan het ongedaan maken van die vergissing (HR 6 september 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2419, NJ 1998/437, Ontvanger/Hamm q.q.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4579edddeaea6732aeb51ba3101846badaa98a8201e7e81a4af5d14eb46fdcb6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4579edddeaea6732aeb51ba3101846badaa98a8201e7e81a4af5d14eb46fdcb6, en de alinea staat in dat document op bytes 16377 tot 17070.