Citaat | Hoge Raad 31 oktober 2014
Onder 3.3.4 Hoge Raad 31 oktober 2014
Een alinea uit Hoge Raad 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3080.
Ook de tegen dit oordeel gerichte motiverings-klachten (onderdelen 2b tot en met 2h) falen. Het hof heeft in aanmerking genomen dat CZ Zorgkantoor PGB-budgetten niet uitkeerde aan de PGB-houders, maar betaalde op inzake-rekeningen van Raad & Daad, waaruit Raad & Daad zichzelf rechtstreeks voldeed in verband met door haar ten behoeve van de PGB-houders verrichte zorgwerkzaamheden uit hoofde van de gesloten zorgovereenkomsten. Het hof heeft voorts in aanmerking genomen dat CZ Zorgkantoor deze gang van zaken, ook nadat de wettelijke regeling aldus was gewijzigd dat PGB-gelden nog slechts aan PGB-houders zelf mochten worden betaald, in elk geval in 2009 deels in stand heeft gelaten, terwijl haar voordien al duidelijk was dat er sprake was van inzake-rekeningen van Raad & Daad. Het hof kon op grond van deze, in cassatie als zodanig niet bestreden vaststellingen, tot het oordeel komen dat tussen CZ Zorgkantoor, Raad & Daad en de PGB-houders sprake is geweest van een zodanige rechtsverhouding dat de curator daarin aanleiding heeft kunnen vinden te veronderstellen dat er (mogelijk) wel een rechtsgrond aanwezig was voor de betalingen in kwestie. Het hof behoefde zich niet van dat oordeel te laten weerhouden door de omstandigheden dat (de curator wist dat) de betalingen geschiedden in strijd met de wettelijke regeling en in afwijking van de inhoud van de hiervoor in 3.1 onder (iv) genoemde brief van 3 augustus 2009, noch door de stelling dat CZ Zorgkantoor en Raad & Daad meenden dat de PGB-houders zelf gerechtigd waren tot de rekeningen waarop de bewuste betalingen zijn gedaan. Deze omstandigheden maken immers niet onbegrijpelijk het oordeel dat de curator in de verhouding tussen CZ Zorgkantoor, de PGB-houders en Raad & Daad - die volgens de vaststelling van het hof inhield dat CZ Zorgkantoor rechtstreeks aan Raad & Daad betaalde voor de aan de PGB-houders verleende zorg - en de handelwijze van CZ Zorgkantoor na de wijziging van de wettelijke regeling - die erop neer kwam dat zij die betalingen nog enige tijd voortzette -, aanleiding kon vinden te veronderstellen dat er voor de desbetreffende betalingen (mogelijk) een rechtsgrond bestond, zodat voor de curator niet onmiskenbaar van een vergissing sprake was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4579edddeaea6732aeb51ba3101846badaa98a8201e7e81a4af5d14eb46fdcb6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4579edddeaea6732aeb51ba3101846badaa98a8201e7e81a4af5d14eb46fdcb6, en de alinea staat in dat document op bytes 19193 tot 21472.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4579edddeaea6732aeb51ba3101846badaa98a8201e7e81a4af5d14eb46fdcb6 | shasum -a 256