Citaat | Hoge Raad 4 november 2014

Onder 2.4. Hoge Raad 4 november 2014

Een alinea uit Hoge Raad 4 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3081.

Met betrekking tot bewezenverklaring van het misdrijf "moord" heeft de Hoge Raad in zijn recente rechtspraak het volgende vooropgesteld. Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel "voorbedachte raad" moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cfa8f71272686f44679fa66568bf855e261ab3a480cd82b4f51492e98b95b27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cfa8f71272686f44679fa66568bf855e261ab3a480cd82b4f51492e98b95b27, en de alinea staat in dat document op bytes 13345 tot 13908.