Citaat | Hoge Raad 4 november 2014
Onder 2.4. Hoge Raad 4 november 2014
Een alinea uit Hoge Raad 4 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3109.
Indien binnen de door art. 359a Sv bepaalde grenzen sprake is van een vormverzuim als bedoeld in deze bepaling en de rechtsgevolgen daarvan niet uit de wet blijken, moet de rechter beoordelen of aan dat vormverzuim enig rechtsgevolg dient te worden verbonden en, zo ja, welk rechtsgevolg dan in aanmerking komt. Daarbij dient hij rekening te houden met de in het tweede lid van art. 359a Sv genoemde factoren. Het rechtsgevolg zal immers door deze factoren moeten worden gerechtvaardigd. De eerste factor is "het belang dat het geschonden voorschrift dient". De tweede factor is "de ernst van het verzuim". Bij de beoordeling daarvan zijn de omstandigheden van belang waaronder het verzuim is begaan. Daarbij kan ook de mate van verwijtbaarheid van het verzuim een rol spelen. De derde factor is "het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a3cdc297079d80d02c1d3b8f63af691c0eb30f1d66807e4e37332309f768885d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a3cdc297079d80d02c1d3b8f63af691c0eb30f1d66807e4e37332309f768885d, en de alinea staat in dat document op bytes 17599 tot 18452.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a3cdc297079d80d02c1d3b8f63af691c0eb30f1d66807e4e37332309f768885d | shasum -a 256