Citaat | Hoge Raad 7 november 2014

Onder 4.3.2. Hoge Raad 7 november 2014

Een alinea uit Hoge Raad 7 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3122.

Uit vaste rechtspraak van het Hof van Justitie volgt dat de toepassing van artikel 13, lid 1, van BTW-richtlijn 2006 impliceert dat vooraf is vastgesteld dat de betrokken activiteit een economische activiteit is (zie onder meer HvJ 26 juni 2007, T-Mobile Austria GmbH e.a, C-284/04, ECLI:EU:C:2007:381, V-N 2007/32.21, punt 48, en HvJ 13 december 2007, Franz Götz, C-408/06, ECLI:EU:C:2007:789, V-N 2008/3.21, punt 15 (hierna: het arrest Franz Götz). Alvorens wordt toegekomen aan beantwoording van de vraag of belanghebbende met toepassing van de hiervoor in 4.3.1 vermelde bijlage I, post 5, met betrekking tot het leerlingenvervoer optreedt als belastingplichtige in de zin van BTW-richtlijn 2006 dient derhalve eerst de vraag te worden beantwoord of belanghebbendes werkzaamheden met betrekking tot het leerlingenvervoer economische activiteiten zijn in de zin van BTW-richtlijn 2006.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08cc87f1554f3c84469228f3ce56317455766743e4ced8db964371cfc37a14c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08cc87f1554f3c84469228f3ce56317455766743e4ced8db964371cfc37a14c9, en de alinea staat in dat document op bytes 17555 tot 18471.