Citaat | Hoge Raad 7 november 2014
Onder 4.3.4. Hoge Raad 7 november 2014
Een alinea uit Hoge Raad 7 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3122.
Tegen vorenvermeld betoog kan worden ingebracht dat er rechtspraak van het Hof van Justitie is, waaruit volgt dat de ontvangst van een vergoeding als tegenprestatie voor een werkzaamheid op zichzelf nog niet aan die werkzaamheid het karakter van een economische activiteit verleent (zie onder meer punt 21 van het arrest Franz Götz). In dit verband kan in het bijzonder worden gewezen op hetgeen het Hof van Justitie in het arrest Commissie/Finland heeft beslist. In dat arrest hechtte het Hof van Justitie betekenis eraan dat de retributie die de ontvangers van rechtsbijstanddiensten voor die diensten aan Finse openbare bureaus betaalden, nimmer het totale bedrag dekten van de honoraria die in de Finse wetgeving waren vastgelegd voor de beloning voor de door de openbare bureaus en de particuliere raadsmannen verrichte rechtsbijstanddiensten (punt 47). Voorts overwoog het Hof van Justitie dat het bedrag van vorenbedoelde retributie niet enkel op basis van die honoraria werd berekend maar mede afhankelijk was van het inkomen en het vermogen van de ontvanger van de dienst (punt 48). Het Hof van Justitie concludeerde uit dit een en ander dat de retributie slechts gedeeltelijk werd bepaald door de reële waarde van de verleende diensten en dat hoe bescheidener het inkomen en het vermogen van de ontvangers, hoe losser het verband met die waarde was (punt 49). Dit vond, aldus het Hof van Justitie, bevestiging in het feit dat de omvang van de ontvangsten in verhouding tot de kosten van de werkzaamheden zeer bescheiden was, zodat de retributie eerder moet worden gelijkgesteld met een heffing dan met een beloning in de eigenlijke zin van het woord (punt 50). Het Hof van Justitie oordeelde vervolgens dat op grond van het vorenstaande het verband tussen de verrichte rechtsbijstanddiensten en de door de ontvangers te betalen tegenwaarde niet de rechtstreeksheid bezit die is vereist opdat die tegenwaarde kan worden geacht een beloning te vormen en opdat deze diensten kunnen worden aangemerkt als economische activiteiten in de zin van artikel 2, punt 1, en artikel 4, leden 1 en 2, van de Zesde richtlijn (punt 51).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08cc87f1554f3c84469228f3ce56317455766743e4ced8db964371cfc37a14c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08cc87f1554f3c84469228f3ce56317455766743e4ced8db964371cfc37a14c9, en de alinea staat in dat document op bytes 21214 tot 23360.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08cc87f1554f3c84469228f3ce56317455766743e4ced8db964371cfc37a14c9 | shasum -a 256