Citaat | Hoge Raad 7 november 2014

Onder 3.4.3 Hoge Raad 7 november 2014

Een alinea uit Hoge Raad 7 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3126.

De werkgever die een werknemer aldus heeft ontslagen, dient in geval van betwisting van de dringende reden door de werknemer, te stellen en zo nodig te bewijzen dat de door de werkgever meegedeelde ontslaggrond zich heeft voorgedaan en is aan te merken als dringende reden (vgl. HR 26 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9664; HR 24 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH0387).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72785dff7fa0dadd2e6283c190bdd6e32e3edc609700c1346cee9551b3b80b9a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72785dff7fa0dadd2e6283c190bdd6e32e3edc609700c1346cee9551b3b80b9a, en de alinea staat in dat document op bytes 12236 tot 12614.