Citaat | Hoge Raad 11 november 2014
Onder 3.3. Hoge Raad 11 november 2014
Een alinea uit Hoge Raad 11 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3148.
iv) Vanuit het pand gelegen aan de Henrick de Keijserstraat 30 worden door personen die zich op de derde etage van dit pand bevinden verfbommen gegooid, onder meer in de richting van [verbalisant 1], [verbalisant 2] en [verbalisant 3]. Toen [verbalisant 2] werd bekogeld stonden twee personen in het raam en op het moment dat [verbalisant 3] werd bekogeld stonden er nog steeds twee. [verbalisant 3] verklaart dat hij zag dat deze twee personen in het zwart waren gekleed met enkel hun ogen onbedekt, dat hij aan de manier van gooien zag dat het om twee vrouwen ging en dat hij zag dat een gezet was en de ander vrij klein. Hij verklaart voorts dat hij de indruk heeft gekregen dat de gezette vrouw de hem bekende verdachte betrof en dat hij de twee personen die nadien in dit pand zijn aangehouden heeft herkend als de hem bekende verdachte en de hem bekende N.N. persoon met krakersnaam [naam].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6aa0ea40163c91a360e9cbfdd7bde70b7d57546baa4f2dfdd76d3dbe03f6e093. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6aa0ea40163c91a360e9cbfdd7bde70b7d57546baa4f2dfdd76d3dbe03f6e093, en de alinea staat in dat document op bytes 16079 tot 16989.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6aa0ea40163c91a360e9cbfdd7bde70b7d57546baa4f2dfdd76d3dbe03f6e093 | shasum -a 256