Citaat | Hoge Raad 11 november 2014
Onder 4.5. Hoge Raad 11 november 2014
Een alinea uit Hoge Raad 11 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3148.
Het Hof heeft klaarblijkelijk op grond van de uit de bewijsmiddelen blijkende gedragingen van de verdachte en haar mededaders – welke erop neerkomen dat zij deel uitmaakten van een groep personen in gezichts- en/of lichaamsverhullende kleding die geweld heeft gepleegd door vanuit percelen gelegen aan de Henrick de Keijserstraat en de Rustenburgerstraat verfbommen te gooien naar zich op straat bevindende personen en voorwerpen – geoordeeld dat de door [benadeelde partij] geleden schade aan zijn auto in zodanig nauw verband staat met het bewezenverklaarde (openlijk) in vereniging geweld plegen, dat die schade door deze geweldpleging rechtstreeks aan hem is toegebracht als bedoeld in art. 51a en art. 361, tweede lid onder b, (oud) Sv. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk. Het middel is in zoverre tevergeefs voorgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6aa0ea40163c91a360e9cbfdd7bde70b7d57546baa4f2dfdd76d3dbe03f6e093. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6aa0ea40163c91a360e9cbfdd7bde70b7d57546baa4f2dfdd76d3dbe03f6e093, en de alinea staat in dat document op bytes 22918 tot 23817.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6aa0ea40163c91a360e9cbfdd7bde70b7d57546baa4f2dfdd76d3dbe03f6e093 | shasum -a 256