Citaat | Hoge Raad 14 februari 2014

Onder 3.1 Hoge Raad 14 februari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 14 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:319.

(ii) De bank heeft bij brief van 25 januari 2006 de kredietovereenkomst met [betrokkene 1] met onmiddellijke ingang opgezegd en daarbij meegedeeld dat haar vordering direct opeisbaar wordt en dat de bank, zolang [betrokkene 1] jegens haar tekortschiet in zijn verplichtingen, bevoegd is afgifte te vorderen van de aan haar verpande goederen en deze te gelde te maken. In deze brief stelt de bank [betrokkene 1] in de gelegenheid om door middel van een (opheffings)uitverkoop de op dat moment nog aanwezige voorraad te gelde te maken om zodoende een zo hoog mogelijke opbrengst te realiseren, onder de voorwaarde van afdracht van de opbrengsten op zijn bij de bank aangehouden rekening.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c58bf08b393f7c2d0674e8365200169ff405cbbd5c92cf5c23c630582feb4ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c58bf08b393f7c2d0674e8365200169ff405cbbd5c92cf5c23c630582feb4ab, en de alinea staat in dat document op bytes 9588 tot 10286.