Citaat | Hoge Raad 14 februari 2014

Onder 3.4.1 Hoge Raad 14 februari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 14 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:319.

Onderdeel 2 keert zich tegen het oordeel dat de opbrengst van de executoriale verkoop zonder meer aan de bank toekomt en dat daarom geen sprake is van verboden verrekening na schuldoverneming als bedoeld in art. 54 Fw. Volgens het onderdeel verzet art. 54 Fw zich ertegen dat een pandhouder (bank) die met de pandgever een afwijkende wijze van verkoop in de zin van art. 3:251 lid 2 BW is overeengekomen, de op een bij haar aangehouden rekening-courant van de pandgever bijgeschreven executieopbrengst verrekent met (een deel van) de schuld die de pandgever aan haar heeft, indien de pandhouder niet te goeder trouw is in de zin van art. 54 Fw. Daaraan doet niet af dat de bank gerechtigd was tot parate executie en dat de verkoop als executoriale verkoop moet worden aangemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c58bf08b393f7c2d0674e8365200169ff405cbbd5c92cf5c23c630582feb4ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c58bf08b393f7c2d0674e8365200169ff405cbbd5c92cf5c23c630582feb4ab, en de alinea staat in dat document op bytes 17218 tot 18010.