Citaat | Hoge Raad 14 november 2014
Onder 4.4.1 Hoge Raad 14 november 2014
Een alinea uit Hoge Raad 14 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3241.
Onderdeel 3 van het middel in het principale beroep is gericht tegen het oordeel van het hof dat de compensatoire rente over het door [eiser] gevorderde bedrag aan winstafdracht, eerst vanaf 9 april 1997 toewijsbaar is. Onderdeel I van het middel in het incidentele beroep bestrijdt het oordeel dat De Boer over het bedrag aan winstafdracht compensatoire interessen ter hoogte van de wettelijke rente is verschuldigd. (rov. 2.10) Deze klachten lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee3c83e13e37a41e80625040df54a4f18aa51252a039700b51738a983a0038e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee3c83e13e37a41e80625040df54a4f18aa51252a039700b51738a983a0038e3, en de alinea staat in dat document op bytes 27137 tot 27635.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee3c83e13e37a41e80625040df54a4f18aa51252a039700b51738a983a0038e3 | shasum -a 256