Citaat | Hoge Raad 18 november 2014
Onder 2.2. Hoge Raad 18 november 2014
Een alinea uit Hoge Raad 18 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3288.
Ik heb van u begrepen dat u mij wenst te verhoren over mijn woonsituatie gedurende mijn uitkeringsperiode van 1 juni 1995 tot en met heden. Ik ontvang inderdaad een uitkering in de door u genoemde periode. Vanaf het moment dat ik de uitkering ontving van de sociale dienst wist ik mijn rechten en plichten omtrent de uitkering. Dit was mij duidelijk verteld bij het aanvragen van een uitkering. U confronteert mij nu met het feit dat ik gedurende mijn uitkeringsperiode mijn feitelijke woonsituatie niet heb doorgegeven aan de sociale dienst en concreet dat ik zou samenwonen met [betrokkene 1]. Hierover kan ik u het volgende verklaren. Voordat ik op de [a-straat] 14 te Nijmegen kwam te wonen heb ik op de [b-straat] 1139 te Nijmegen gewoond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd507e455cab258d114f6b500b7a1a42c70cda175430ab992c69ef70cf9444a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd507e455cab258d114f6b500b7a1a42c70cda175430ab992c69ef70cf9444a1, en de alinea staat in dat document op bytes 10168 tot 10926.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd507e455cab258d114f6b500b7a1a42c70cda175430ab992c69ef70cf9444a1 | shasum -a 256