Citaat | Hoge Raad 18 november 2014
Onder 2.2. Hoge Raad 18 november 2014
Een alinea uit Hoge Raad 18 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3288.
[betrokkene 1] komt met regelmaat bij mij en onze kinderen. Ik kan ook wel begrijpen dat mensen in de [a-straat] verklaren dat wij samenwonen op huisnummer 14. Ik begrijp nu wel dat ik de schijn tegen heb omtrent het gegeven dat ik zou samenwonen met [betrokkene 1] en onze kinderen. lk kreeg gedurende mijn uitkeringsperiode zogenaamde inkomstenverklaringen toegestuurd met een aantal vragen die ik moest beantwoorden en onder andere betrekking hadden op de voorbeelden die ik hiervoor genoemd heb. Deze formulieren moest ik altijd volledig naar waarheid invullen en ondertekenen en als echt en onvervalst terugsturen naar de sociale dienst. Aan de hand van deze formulieren kon de sociale dienst dan bepalen of ik nog recht had op een uitkering alsmede de hoogte daarvan. Samengevat wist ik dus wel wat mijn rechten en ook plichten waren met betrekking tot de uitkering die ik van de sociale dienst van de gemeente Nijmegen ontving. U toont mij thans een hoeveelheid inkomstenverklaringen en statusformulieren over de periode van januari 2000 tot en met februari 2008. Ik herken deze formulieren aan de hand van de invulling en de ondertekening. Deze formulieren zijn allemaal door mij ingevuld en ondertekend teruggestuurd naar de sociale dienst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd507e455cab258d114f6b500b7a1a42c70cda175430ab992c69ef70cf9444a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd507e455cab258d114f6b500b7a1a42c70cda175430ab992c69ef70cf9444a1, en de alinea staat in dat document op bytes 12418 tot 13692.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd507e455cab258d114f6b500b7a1a42c70cda175430ab992c69ef70cf9444a1 | shasum -a 256